De storm

Achtergrond De storm - seizoen 2005/2006/2007 Hubert Fermin, op weg naar Prospero 1

Hubert Fermin

Afgelopen zomer heb ik de eerste stappen gezet, mijn voorbereiding op het spelen van Prospero, het centrale personage in De storm van Shakespeare, is begonnen.

Op deze plek zal ik van tijd tot tijd verslag doen van mijn bevindingen.

Allereerst beschrijf ik hier wat ik op zondag 4 september bij de opening van het seizoen in het Appeltheater heb verteld.

Het begon in juni, in Kroatië. Ik slenterde wat door de beeldentuin van het Mestrovic-museum in Split. Mestrovic maakte vaak monumentale, veelal op de bijbel geïnspireerde figuren. Opeens sta ik oog in oog met een kolossale, drie meter hoge adelaar. Onmiddellijk treft mij het besef dat deze verschijning met Prospero van doen heeft.

In juli maakte ik een fietstocht door Cornwall. In de druilerige regen stap ik af bij een kroeg met de naam Lamorna's Wink (Lamorna's Knipoog?!), een soort zeerovershol.

Bij de deur staat een stenen adelaar van een halve meter hoog, ik herinner mij het gevaarte in Split en besluit dit vriendelijker exemplaar van nabij te bekijken; dan ontdek ik de ongewone, vuurrode ogen van dit dier en denk: Prospero.

Bij Jan Kott, Shakespearekenner, lees ik, dat Prospero hem doet denken aan de oud geworden Leonardo da Vinci. Ik besluit wat van en over Leonardo te lezen.

Hij beschrijft een jeugdherinnering: in de wieg (!) daalt een vogel op hem neer en opent zijn (Leonardo's) mond met zijn staart; 'dat was mijn noodlot', merkt de kunstenaar op. Het Italiaanse woord, waarmee de vogel wordt aangeduid is niet helemaal helder. Het zou adelaar kunnen betekenen.

Later kom ik de getekende allegorie van de boot, de wolf en de adelaar tegen bij Leonardo. Rechts in beeld een gekroonde adelaar, zwevend boven het water met in zijn klauwen een wereldbol, meer naar links een wolf in een bootje. In dat bootje groeit een boom, de zee lijkt onrustig, in de verte is een kustlijn zichtbaar: het eiland van Prospero, denk ik.

Sterker nog: een sleutel tot Prospero lijkt mij deze allegorie.

Ik wil niet teveel duiden, vastleggen. Al weet ik inmiddels dat de adelaar staat voor het denken, de kroon voor wijsheid, de wolf voor de ontkenning van de superioriteit van de geest en tegelijkertijd voor het gezonde materialisme dat een tegenwicht biedt aan het ontvluchten van de wereld (met dank aan Els de Gruyl).

Ik kom op dit alles terug en blijf voorlopig nog even op zoek naar de adelaar.

Ondertussen ben ik begonnen met de brieven van Machiavelli. Daarover mogelijk een volgende keer.

Wie zich geroepen voelt te reageren op wat ik schrijf, nodig ik daartoe uit.

Hubert Fermin

Achtergrond De storm - seizoen 2005/2006/2007 Hubert Fermin, op weg naar Prospero 2

Een wagen van de Rotterdamse reinigingHet is inmiddels oktober. Nog even over de adelaar: in Rotterdam, waar ik woon, draagt een groot aantal voertuigen van de reinigingsdienst poëtisch getinte opschriften. Een paar weken geleden las ik: In theorie ben ik een vogel in de praktijk een mens.

Een gespletenheid, die Prospero niet vreemd is. Zijn magie neemt een hoge vlucht en lijkt hem oppermachtig te maken tegenover zijn vijanden, maar uiteindelijk moet deze adelaar zijn menselijke verantwoordelijkheid nemen en opnieuw de hertog van Milaan worden.

Ook nog iets over Leonardo da Vinci. Ik heb een novelle van Michèle Desbordes gelezen Het verzoek. Zij beschrijft de oude Leonardo in Frankrijk, kort voor zijn dood. Hij zit en zwijgt, tekent nog wel, maar moeizaam, zijn handen zijn te stram. Zo broos en hulpeloos zie ik ook Prospero bij momenten tegen het slot, als zijn einde nadert, dat het einde van de voorstelling is. Hij zegt, als hij spreekt over zijn terugkeer naar Milaan: every third thought shall be my grave.

Aus en Alain (A. en A.) hebben de vertaling af. Sinds een paar dagen buig ik me over die tekst, de vertalingen van Nijhoff, Courteaux, Burgersdijk en Vos/Van der Horst in de buurt en de Engelse Arden-editie er naast. Mijn eerste indruk is, dat zij (A. en A.) het erg goed gedaan hebben: ze zijn dicht bij het origineel gebleven, de taal is levendig, sterk, de vijfvoetige jambe is er vaak.

Ik ga regel voor regel door mijn rol .Om een indruk te geven van wat daarbij kan komen kijken, de volgende bevindingen van de regisseur Peter Brook.

Hij behandelt in een lezing uit 1996 de laatste zes regels van The Tempest, mogelijk de laatste regels die Shakespeare heeft geschreven.

My ending is despair
Unless it be relieved by prayer
Which pierces so that it assaults
Mercy itself and frees all faults
As you from crimes would pardon'd be
Let your indulgence set me free

De eerste twee regels zijn, zegt Brook, gemakkelijk te begrijpen en zouden in een Engelse bed & breakfast-gelegenheid op een tegeltje aan de muur kunnen staan.

Maar nu: er is blijkbaar verlossing mogelijk van een wanhopig einde door gebed, dat zo doordringend is, dat de genade zelf erdoor bestormd wordt.

Dit is buitengewoon, aldus Brook. Immers,een autoriteit op het gebied van de theologie zal niet eenvoudig kunnen zeggen wat het betekent, wanneer gebed de genade bestormt.

Het is dan ook niet, zegt Brook, de bedoeling van de dichter om een begrip af te bakenen, maar om een brandend mysterie te onthullen.

Dan: vóór we aan het laatste woord 'free' zijn, is er nog sprake van de 'crimes'(!) van de toeschouwers en vooral ook van de noodzakelijke vergeving.

Een complexe keten : wanhoop, gebed, bestorming, genade, misdaad, vergeving, vrij.

Het gaat hier beslist om heel wat meer dan alleen maar een happy end.

Tot zover maar even.

Over Machiavelli kom ik nog te spreken.

Hubert Fermin

Achtergrond De storm - seizoen 2005/2006/2007 Hubert Fermin, op weg naar Prospero 3

November. Over Machiavelli, tijdgenoot van Da Vinci. Er is een brief van deze Florentijnse bestuursambtenaar, die door sommigen als de mooiste van de Italiaanse literatuur wordt beschouwd. Machiavelli dook eind vijftiende eeuw vrij plotseling in het diplomatieke leven van het roerige Italië op, veroverde een belangrijke positie in verband met de buitensteedse betrekkingen van zijn stad en raakte in ongenade, toen de Medici voor de zoveelste keer de macht aan zich trokken.Op zijn bescheiden landgoed, min of meer verbannen, hield hij zich bezig met de lijsterjacht in de ochtenduren, in de middag speelde hij triktrak in de kroeg en 's avonds verkleedde hij zich om vervolgens uren lang te verkeren met de schrijvers uit de Oudheid.

Daarover zegt hij in de bewuste brief, dat hij in die ogenblikken zijn sterfelijkheid vergat.

Afgezien nog van het feit, dat er een commentator is, die alle handelingen van Prospero ziet als uitingen van Machiavellistische machtspolitiek - wat op zich mogelijk een bruikbare gedachte is - zie ik in die figuur, die zich van de wereld afgezonderd, zich in studie verdiept een in zijn magische mantel gehulde Prospero verwante gestalte.

In de enige jaren geleden gemaakte film over Elizabeth I, met de formidabele Cate Blanchett als de koningin, wordt een treffend beeld gegeven van de voortdurende - al dan niet Machiavellistisch te duiden - strijd om de macht op het scherpst van de snede, met steeds wisselende kansen, zoals die tijdens Shakespeare's leven gestreden werd. Die strijd tref je in zijn stukken, ook in De storm, vaak aan.

Voor het laatst nu over de adelaar: in de eredivisiewedstrijd tussen FC Groningen en Roda JC, een paar weken terug, had scheidsrechter Jol een mij inspirerende, opgewekte, oppermachtige roofvogeluitstraling.

Een heel andere manier om de wereld van Prospero te benaderen is door De storm te bekijken als een metafoor voor het theater en dan meer in het bijzonder Shakespeare's afscheid van het Londense toneel. Aus Greidanus (regisseur van De storm) zal deze theatrale benadering zeker het volle pond geven.

Germaine Greer ziet in Prospero's eiland het toneel, dat Shakespeare gaat verlaten en waar hij ? als Prospero - met de clowns Stefano en Trinculo moet concurreren om de gunst van Caliban (het grote publiek). Ariel (de macht van de collectieve verbeelding) moet Prospero leren, dat vergeven mooier is dan vergelden, wat in deze interpretatie wil zeggen, dat hij zijn belangen moet opgeven.

Dit soort overwegingen kan inspirerend zijn, maar je kan er geen rol op bouwen.

Daarbij kan bijvoorbeeld wel helpen het volgende mij door Aus geschetste beeld: een oudere man aan een tafeltje in de ruimte, als Krapp van Beckett.

Ik ben begonnen met het leren van de tekst.

Achtergrond De storm - seizoen 2005/2006/2007 Hubert Fermin, op weg naar Prospero 4

De kortste dag is alweer voorbij, het is eind december. De eerste helft van het seizoen is bijna afgelopen, over een paar weken beginnen de repetities van De storm.

Ik heb inmiddels de tekst van Prospero grotendeels in mijn hoofd. Dat wil zeggen, dat ik een goed idee heb van wat hij wáár zegt in welke volgorde, zonder dat al helemaal nauwkeurig te weten; ik ben mij, geloof ik, min of meer bewust van wat Shakespeare in zijn beelden probeert op te roepen, ik heb enig inzicht verworven in de overgangen tussen de verschillende clausen en binnen die clausen, ik heb geproefd aan de poëzie, aan het ritme en ik heb een emotionele verhouding gezocht ten aanzien van de gebeurtenissen en de andere personages.

Mijn voorbereiding loopt ten einde.

Ik wil over een aantal zaken nog iets kwijt, daarna probeer ik mij zoveel mogelijk los te maken van wat ik allemaal gelezen, gezien en gedacht heb en zo leeg en open mogelijk de repetitieruimte binnen te gaan om daar mijn intuïtie te volgen.

Dus, nog wat losse flodders:

Prospero's books van Peter Greenaway is een rijke, beeldende film, waarin John Gielgud in de beste Engelse traditie Prospero's tekst laat zingen. Maar Prospero is hier zo machtig, dat iedere strijd en dramatische spanning is verdwenen. De taal alleen is niet genoeg.

Van een geheel andere orde is een bizarre, zeer korte, stomme TheTempest-verfilming uit 1908: keurig chronologisch geordend worden het eerste bedrijf en de voorgeschiedenis uitgebeeld. Dan vindt eigenlijk meteen de grote verzoening van allen met allen plaats. Zonder de taal blijft er weinig over.

In The Tempest in de Animated Shakespeare-serie van de BBC kijkt Prospero alleen maar strak en onaangedaan, behalve als hij geraakt wordt door het geluk van Ferdinand en Miranda en bij het afscheid van Ariël.

Cruciale momenten toch in de emotionele ontwikkeling van Prospero.

In De tuinen van Bomarzo van Hella Haasse komt een Renaissance-edelman voor, Orsino Orsini, een gekwelde, verraden man, die zijn eigen beelden(tuin) creëert uit wraakzucht en daarmee een persoonlijke beleving van oude vruchtbaarheidsriten schept: een aan Prospero verwante figuur.

Tot slot nog iets over de geleerdheid van Prospero.

Harold Bloom beschouwt hem als een anti-Faust, die wetenschap bedrijft omwille van de wetenschap, een Neoplatonisch georiënteerd filosoof, die zijn zelfbeheersing minder op orde heeft en op zoek is naar spirituele autoriteit.

In het Neoplatonisme van Marsilio Ficino gaat het om de ziel die éénwording zoekt met het goddelijke. Na het opstijgen tot God moet men ook altijd weer uit de wereld van de ideeën afdalen naar het dagelijks bestaan. Een dergelijke weg lijkt Prospero af te leggen.

Na de adelaar, Da Vinci, Machiavelli, de tekstanalyse van o.a. Peter Brook, de gesprekken met Aus en mijn pogingen mij Prospero's tekst enigszins eigen te maken, eindig ik met een citaat van Erik Vos, die bijna dertig jaar geleden De storm regisseerde bij De Appel (in welke voorstelling ik Sebastiaan speelde, één van de hovelingen):
'Misschien is het beter niet naar een uitleg te zoeken. Het eiland is immers een gedroomde wereld waarin schijn en werkelijkheid in elkaar overvloeien, net als het eiland van onze eigen wereld, die ook maar gedroomd is zoals Prospero zegt'.

| Meer