|
![]() |
|
nog xx dagen voor de
première van Herakles
Zoals jullie misschien al weten wil het komend kabinet buiten proportioneel bezuinigen op de kunstensector: 220 miljoen, dat is 40 procent. Dat is veel.
Natuurlijk wil de kunst bijdragen aan een beter draaiende maatschappij, waarin de financiële zaken op orde zijn. Hier, neem en neem veel. Maar bijna de helft? Daarmee wordt niet alleen de bodem onder onze voeten weggeslagen, maar wordt vooral ook duidelijk gemaakt hoe makkelijk er over kunst gedacht wordt. In één klap wordt de Nederlandse kunst - die een geweldig rijke geschiedenis kent, zoveel grote en vernieuwende kunstenaars heeft voortgebracht, die op hun beurt niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld hun sporen hebben nagelaten, waardoor Nederlandse kunst als vooraanstaand in de hele wereld wordt beschouwd - als een klein huilerig kindje dat zijn snoepje niet krijgt, weggezet in de bezemkast. Zo, opgeruimd staat netjes.
Deze grote schoonmaak betekent simpelweg de doodklap voor veel kunstinstellingen.
Het is makkelijk te zeggen dat wij geen aantoonbaar nut dienen in de maatschappij. Je kunt het nergens meten. Ik weet niet hoe je dat zou moeten doen. Dat weet niemand. Misschien Maurice de Hond, maar dat betwijfel ik. Als kunst zich elke keer moet bezig houden met nut, dan kunnen we wel ophouden. Wij kunnen en moeten niet bezig zijn met ons nut; wij zijn geen zorginstelling, wij zijn geen commercieel bedrijf enkel gericht op het maken van winst, je kunt op ons geen grafieken en tabellen loslaten. Ja, je kunt kijken naar het bezoekersaantal, maar wat zegt dat?
Hier een quote van Simon Reinink, directeur van het Concertgebouw: ‘Welke voorstelling is van maatschappelijk belang? Eén die volle zalen trekt of één die geen volle zalen trekt maar van grote kwaliteit is en een belangrijke culturele ontwikkeling signaleert of in gang zet? Een belangrijke taak van kunstenaars is ook de luis in de pels zijn van de samenleving, die kritisch is en dwars tegen alles in gaat. Dat is van groot maatschappelijk belang.'
Wij kunnen enkel proberen om het publiek, jullie, te prikkelen, in beweging te zetten, te ontroeren, te begoochelen, te ontwrichten, dingen te belichten van een kant waarvan je het bestaan niet wist. En als ons dat lukt, dan zou je over nut kunnen spreken. Dat is de taak van de kunstenaar.
‘Als de wereld begrijpelijk was, zou er geen kunst zijn.' Albert Camus
Dat is waar het om gaat, dat is waarom wij hier nu staan en jullie daar zitten. En daar zijn geen grafieken voor.
Maar hebben wij daar dan zoveel geld voor nodig? Om te maken wat wij willen maken? Mogen wij dan zoveel geld uit de kas van de overheid trekken?
Veel? De cultuurbegroting van de stad Keulen is groter dan de hele cultuurbegroting van Nederland. En daar moet nu nog eens bijna de helft vanaf. Een culturele kaalslag dat een grijze en eentonige samenleving tot gevolg heeft.
Goede kunst waarborgt kwaliteit in zich. En kwaliteit is niet gratis.
VVD en PVV zijn partijen die de mond constant vol hebben over de vrijheid van meningsuiting. Maar door de kunstenaar te beperken tot alleen dat te maken wat het publiek wil zien en horen (lees Henk en Ingrid), beperk je juist de vrijheid van meningsuiting van de kunstenaar. Je legt hem op wat hij moet maken. Inge van der Vlies, hoogleraar staatsrecht, wijst er op dat wat zo sterk is aan de vrijheid van meningsuiting, het feit is dat een samenleving zijn eigen tegengeluid mogelijk maakt. Volgens haar zijn kunstsubsidies een manier waarop de staat die vrijheid mogelijk kan maken: ze betaalt de kunstenaar om haarzelf te bevragen, om kritisch te zijn.
En dat staat buiten kijf : wij moeten om de tafel. Want als wij hier één ding uit moeten leren, dan is het dat we moeten nadenken over ons bestaansrecht.
Dat ontlenen we, volgens mij alleen aan de tijd waarin we leven en met die tijd moet iedereen mee. Met name kunst. En gelukkig is het kunstenaars eigen om met creatieve oplossingen te komen. En in die zin zie ik de komende tijd vooral als een spannende, inventieve, risicovolle tijd. Want je wordt alleen gewaardeerd als je risico neemt. Dus roep ik ons en iedereen die zichzelf als kunstenaar ziet, op tot het nemen van grote risico's.
En aan het publiek zou ik willen vragen om ons te steunen in deze experimentele fase waarin we onszelf ook opnieuw moeten uitvinden, waarin we proberen om nieuwe vormen te vinden voor oude en nieuwe verhalen die wij (en wij willen niks anders) aan jullie willen vertellen, overleveren. Want het zijn verhalen die al verteld werden 2000 jaar voor Christus. Het is niet voor niets dat die verhalen nog steeds worden verteld. Er schijnt toch wat nut in te zitten om ze keer op keer weer te vertellen. Dus fijn publiek kom en neem je buurman mee. Want kunst is pas kunst als het gezien wordt.
En om als laatste een brug te slaan naar de afgelopen vijf en een half uur: ‘Een volk dat zijn eigen cultuur begraaft verliest zijn identiteit.'
Joost Bolt, acteur Toneelgroep De Appel