Motel Detroit 3

Metamorfosen

Gurre-Lieder

Gurre-Lieder (Opera Magazin)

  • download als WORD document met voetnoten
  • download als PDF document met voetnoten

De Gurre-Lieder, een compositie van Arnold Schönberg, werd in 1913 bij de wereldpremière in Wenen succesvol ontvangen. Nu, honderd jaar later, is de liedcyclus voor het eerst geënsceneerd. Deze megaproductie, in de regie van Pierre Audi, bestaat uit vijf operasolisten, één actrice, twee koren en een enorm symfonieorkest.

Het verhaal
In de Gurre-Lieder staat het verhaal van twee geliefden, koning Waldemar en zijn minnares Tove, centraal. In de eerste scène liggen beiden op bed nadat ze de dag samen hebben doorgebracht. De avondschemering valt, om de beurt zingen ze over hoe gelukkig ze samen zijn. Desondanks beseft Waldemar dat deze liefde niet lang stand kan houden, hij zingt: ‘onze tijd is om'. Tove wordt overvallen door de angst om te sterven en wil met Waldemar proosten op hun liefde. Ze zou samen met hem willen sterven. Dan laat Tove Waldemar alleen achter.
Diezelfde nacht krijgt Waldemar bezoek van een woudduif die hem vertelt dat Helvig, zijn jaloerse vrouw, Tove heeft laten vermoorden. Waldemar probeert Tove terug te vinden. Hij wordt woedend op God die hem zijn geliefde heeft ontnomen. Langzamerhand wordt Waldemar krankzinnig van verdriet, waanbeelden en realiteit beginnen door elkaar te lopen. Hij roept zijn leger op om de dood op Tove te wreken. Het wordt niet duidelijk of het nu echt oorlog is of dat dit alleen voorgevoelens zijn. Waldemar ontmoet een boer, die zijn angst verdrinkt, en een nar, die zich neerlegt bij dat wat het leven hem biedt. Waldemar hoopt dat hij na de dood met Tove herenigd wordt. Hij vindt zijn rust en sterft. Dan komt de zon weer op en lijkt een nieuwe tijd aan te breken, maar het wordt in het midden gelaten of de geliefden worden herenigd.

SchnbergDe componist
Arnold Schönberg werkte meer dan tien jaar aan zijn cantate Gurre-Lieder. In die tien jaar heeft hij langzamerhand zijn stijl veranderd, van traditionele romantische klanken naar a-romantische twaalftoonsmuziek. Dit laatste is gebaseerd op de gelijkwaardigheid van alle twaalf tonen die in een toonladder zitten en dus niet op de klassieke tonaliteit, waarin de grondtoon de harmonische samenhang bepaalt. Dit zorgt voor een bepaalde spanning in de muziek die niet (gelijk) wordt opgelost. In de Gurre-Lieder is dit nog niet hoorbaar, maar Schönberg heeft al wel sprechgesang gebruikt waarbij tekst op een toon wordt uitgesproken.

Foto: Arnold Schönberg (Classical Net)

Overeenkomsten met Ovidius
Gurre-Lieder heeft meerdere raakvlakken met de Metamorphosen van Ovidius. De muziek van Schönberg is allereerst sprookjesachtig waardoor de voorstelling een mythisch tintje krijgt. De kern van het verhaal is, naar men zegt, afkomstig van een Scandinavische sage uit de 14e eeuw, de liefdestragedie tussen koning Valdemar Atterdag en zijn maîtresse. ‘Gurre' verwijst naar een kasteel in Denemarken.
Wat vooral opvalt in de opera is de krachtige rol van de natuur. Als Waldemar door Tove is achtergelaten en hij zijn koningskostuum aantrekt maakt het liefdesbed plaats voor een boom. Dan beginnen de bladeren te vallen. Hiermee wordt verwezen naar de dood en het einde van hun samenzijn. Vallende bladeren kunnen ook worden gezien als een symbool van de wankele psychische gesteldheid van iemand, Waldemar in dit geval. Bij Ovidius speelt de natuur ook een belangrijke rol. Mensen veranderen in dieren en andere natuurverschijnselen zoals een bron, steen of boom. Hiermee lijkt Ovidius te willen zeggen dat mensen niet superieur zijn aan de natuur om hen heen, maar slechts een nietig onderdeel ervan zijn.
In de Gurre-Lieder dringt de rol van de natuur steeds binnen in de realistische wereld. Tove draagt in de voorstelling een jurk met kleuren die aan een pauw doen denken, met daarover een verenmantel. Dit roept iets mysterieus op. Wat is dit voor een vrouw? Als dan een woudduif, half mens half vogel, op het toneel verschijnt om Waldemar van haar dood te vertellen, kun je je afvragen of Tove misschien met vogels kon communiceren. Dit wordt echter in het midden gelaten.
Na de dood van Tove klaagt Waldemar God aan als verantwoordelijke voor de dood van zijn geliefde.
Vanaf dat moment lijkt de grote nachtmerrie te beginnen. De zon komt niet meer op en langzamerhand verliest Waldemar de werkelijkheid uit het oog. Of zoals Ovidius schrijft: ‘Nacht, die goddelijke voedster van onze zorgen.'
Halverwege de voorstelling wordt er een gigantische rotte vis het toneel opgeschoven. Dit kan worden gezien als een symbool van de kwelling en de dood die Waldemar te wachten staat. De voorstelling toont dat het menselijk wezen niet tegen het natuurlijke geweld op kan en als het lot hem niet goed gezind is ten onder gaat.
Waldemar ligt dood op de grond. De spreker, die hem zijn hele leven heeft gevolgd, omschrijft hoe Waldemar ooit uit de natuur is ontstaan, in verval is geraakt en nu weer één wordt met de natuur. Waldemar lijkt eindelijk de rust te hebben gevonden. Dan komt de zon op, een waanzinnig licht schijnt de zaal in.

Gurre-Lieder
Fotograaf: Ruth Walz (Opera Magazine)

De hemel openbaart zich en Tove loopt naar Waldemar toe. Een hereniging van het liefdespaar krijgen de toeschouwer niet te zien, dus de twijfel of het daadwerkelijk gaat gebeuren blijft bestaan. Die kringloop van het leven zien we ook terug bij Ovidius. Het leven houdt niet op als men dood gaat, maar er openbaart zich iets nieuws. Er vindt bij Ovidius een metamorfose plaats. In de Gurre-Lieder symboliseert de zonsopgang dit, er is een nieuwe tijd aangebroken.

Twee aansluitende verhalen van Ovidius
Een zelfde soort verhaal zien we terug bij de geliefde Ceyx en Alcyone in de Metamorphosen. Ceyx gaat op zeereis en verdrinkt. Alcyone krijgt ‘s nachts in haar slaap bezoek van haar man die zegt dat hij dood is. Alcyone is ten einde raad en roept: ‘Ik leef niet meer! Alcyone bestaat niet meer, zij stierf gelijk met Ceyx!' Ze wenst, net als Waldemar in Gurre-Lieder, te worden verenigd met haar geliefde in de dood. Uiteindelijk gebeurt dat ook en veranderen ze in ijsvogels.
Ovidius vertelt ook het verhaal van Philemon en Baucis, een arm ouder echtpaar dat op een avond twee vreemden gastvrij onthaalt. De rest van het dorp had de deur voor de twee mannen gesloten gehouden, niet wetende dat het Jupiter en Mercurius waren die zich hadden vermomd. Als Philemon en Baucis hun gasten hebben voorzien van eten en drinken, maken de goden zichzelf kenbaar. Het echtpaar wordt gered van de zondvloed en mag een wens uitspreken die de goden in vervulling zullen laten gaan. Bang om zijn geliefde te verliezen en zonder die grote liefde te moeten doorleven, spreekt Philemon: ‘Daar wij altijd samen zijn geweest, geef dat één zelfde uur ons beiden haalt, zodat ik nimmer het graf zie van mijn vrouw en nooit door haar begraven wordt.' Zij worden priesters in een tempel gewijd aan Jupiter en veranderen uiteindelijk samen in twee bomen, een eik en een linde.

Sara Bergen
stagiaire dramaturgie

Trailer Gurre-Lieder

Bronnen:

  • Bertisch, Klaus. ‘Korte inhoud'. Programmaboek Gurre-Lieder, (2014).
  • Nationale Opera & Ballet. (2014). Gurre-Lieder: Trailer. [Online video clip]. Geraadpleegd op 8 september 2014, op http://operaballet.nl/nl/opera/2014-2015/voorstelling/gurre-lieder 
  • Ovidius. Metamorphosen. Vertaald door M. d'Hane-Scheltema. Amsterdam: Polak & Van Gennep, 2013.

Foto's:

| Meer